Bedrijfsgeheimen


Bedrijfsgeheimen zijn strikt genomen geen rechten van intellectueel eigendom, maar een aanvulling daarop. Dit betekent dat ook bedrijfsgeheimen wettelijk beschermd kunnen zijn, maar alleen onder bepaalde voorwaarden. Daarvoor bestaat onder meer de Wet bescherming bedrijfsgeheimen (Wbb). De Wbb vormt de implementatie van de Europese Richtlijn betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie. De Richtlijn is weer een implementatie van de regeling over bedrijfsgeheimen in de TRIPS-overeenkomst. 

De Europese wetgever heeft bij de totstandkoming van de Richtlijn tot uitgangspunt genomen dat innovatie en concurrentie bevorderd moeten worden. Voor de aansporing van innovatie en concurrentie zijn bedrijfsgeheimen een nuttig en gelegitimeerd middel. Bedrijfsgeheimen verdienen in dit kader bescherming. Aan de andere kant mag concurrentie niet te veel belemmerd worden. De bescherming van bedrijfsgeheimen komt daarmee alleen toe aan degenen die hebben voldaan aan een set strikte voorwaarden. Het voorgaande betekent dat onafhankelijke ontdekking van dezelfde informatie en knowhow mogelijk is en bijft – al dan niet door ‘reverse engineering’ – zolang bij de verkrijging, het gebruik en de openbaarmaking van die knowhow maar geen inbreuk wordt gepleegd op de rechten van derden. 

Zowel via het beoordelingskader van het commune aansprakelijkheidsrecht (artikel 6:162 BW jo. 39 TRIPS-verdrag) als via de Richtlijn en de Wet bescherming bedrijfsgeheimen zal knowhow en informatie moeten worden getoetst aan drie cumulatieve voorwaarden om voor bescherming als bedrijfsgeheim in aanmerking te komen. De knowhow c.q. informatie moet:

  1. geheim zijn, in de zin dat zij, globaal dan wel in de juiste samenstelling en ordening van de bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie;
  2. handelswaarde bezitten, omdat zij geheim is; en
  3. onderworpen zijn aan, gezien de omstandigheden, redelijke maatregelen door de persoon die rechtmatig over de informatie beschikt, om deze geheim te houden.

Als op grond van deze vereisten vaststaat dat sprake is van een bedrijfsgeheim, kan de verkrijging, het gebruik of de openbaarmaking van een bedrijfsgeheim onder omstandigheden onrechtmatig zijn ten opzichte van de houder van het bedrijfsgeheim. De houder kan dan een staking of een verbod van het gebruik dan wel de openbaarmaking van het bedrijfsgeheim vorderen. Daarnaast kan de houder van een bedrijfsgeheim schadevergoeding vorderen van een inbreukmaker.

Het belangrijkste middel om voor bedrijfsgeheimbescherming in aanmerking te komen, is de totstandkoming van een geheimhoudings- en non-concurrentie-overeenkomst. De totstandkoming van een dergelijke overeenkomst wordt gezien als een redelijke maatregel om bepaalde knowhow of informatie als bedrijfsgeheim te beschermen en om te verhinderen dat een contractpartij zelf gebruik zal maken van deze knowhow voor concurrerende doeleinden of er anderszins mee aan de haal gaat. Als er dus geen geheimhoudingsovereenkomst of non-disclosure agreement (NDA) is gesloten en evenmin andere relevante (concurrentie)beperkingen zijn overeengekomen, is er vrijwel zeker geen sprake van knowhow of informatie die valt onder het beschermingsregime van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Dit betekent dat het heel belangrijk is om goed te kijken naar (het bestaan van) een geheimhoudings- en non-concurrentie-overeenkomst en de formulering daarvan. Deze afspraken bieden het fundament om op grond van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen op te treden tegen inbreukmakers.